27 december 2011
Doorstart LSP: Vertrouwd, veilig en beheersbaar - 27 december 2011
Onder deze titel hebben de koepels LHV, KNMP, NVZ en VHN hun plan voor het gebruik van delen van het LSP voor de gegevensuitwisselingen gepresenteerd. En op basis hiervan blijft de infrastructuur ook na 1 januari 2012 behouden.
Per 1 januari gaat de verantwoordelijkheid voor het gebruik van de infrastructuur over naar een vereniging van zorgaanbieders. Dat is overigens nog maar een eerste stap. Het jaar 2012 moet vooral als overgangsjaar beschouwd worden. De financiering is voorlopig veilig gesteld en de infrastructuur en de gegevens blijven behouden. Belangrijk, want hiermee zijn onomkeerbare stappen in de afbraak van het LSP voorkomen. Op allerlei punten moeten we de nieuwe situatie nog wel heel goed inregelen.
Goede zorg en maatschappelijk draagvlak als uitgangspunten
Met het gebruik van de bestaande infrastructuur streven de koepels van apothekers, huisartsen, huisartsenposten en ziekenhuizen de volgende doelstellingen na:
a. betere en veiliger zorg door gegevens beschikbaar te hebben voor de waarneming en medebehandeling en voor het uitvoeren van de richtlijn overdracht van medicatiegegevens en door het doorvoeren van gemeenschappelijke standaarden voor registratie en gegevensuitwisseling;
b. bevorderen van doelmatigheid in de zorg door verminderen van administratieve lasten en van overdrachtsproblemen;
c. behoud van door de zorg geleverde investeringen in de infrastructuur, aanpassingen van hun systemen, ingevoerde standaardisatie en ervaringen en knowhow.
De zorgverleners gaan daarbij uit van de volgende uitgangpunten:
a. de relatie patiënt – zorgverleners is leidend voor de gekozen oplossingen;
b. randvoorwaarden worden gevormd door wet en regelgeving (zoals de Wbgo, de Wbp en de Kwz) en de toezichtkaders van IGZ en de zienswijze van het CBP.
Zorgverleners realiseren zich bovendien dat de door hen gekozen opzet voor gegevensuitwisseling gebaseerd moet zijn op breed maatschappelijk vertrouwen.
Deze doelstellingen en uitgangspunten zijn verwerkt in het ‘doorstartmodel’.
De patiënt aan zet
Kern van het verhaal is natuurlijk dat de beslissingen over gegevensuitwisseling (met wie worden gegevens uitgewisseld) bij de patiënt komt te liggen. Geïnformeerd door hun zorgaanbieder, bepalen patiënten of gegevens beschikbaar mogen worden gesteld voor raadpleging via de infrastructuur. We hebben een jaar met elkaar om de patiënt te overtuigen van het nut dat belangrijke gegevens over gezondheid en medicatie beschikbaar zijn voor andere behandelaars. Patiënten wordt in de loop van 2012 gevraagd om expliciet toestemming te geven. De indexgegeven van patiënten die eind 2012 geen toestemming hebben gegeven verdwijnen dan uit het systeem. En natuurlijk ook de gegevens van patiënten die nadrukkelijk aangeven niet te willen dat hun gegevens beschikbaar komen.
De reikwijdte van de regio
De samenleving vroeg nadrukkelijk om een regionale inperking van het systeem. Om te voorzien in de mogelijkheid om de gegevens regionaal beschikbaar te stellen aan waarnemers, apothekers of ziekenhuizen, wordt een (technische) mogelijkheid ingebouwd zodat patiëntgegevens uitsluitend voor zorgaanbieders of zorginstellingen in de regio beschikbaar gesteld worden. Systemen van zorgaanbieders worden daartoe voorzien van de mogelijkheid om een lijst van zorgaanbieders/zorginstellingen op te nemen die gegevens kunnen opvragen uit hun systeem. Genoemde lijst is vast te stellen per zorgaanbieder. Zorgaanbieders, gebruikersverenigingen en leveranciers van XIS-systemen dragen zorg voor de implementatie van deze keuzemogelijkheid voor zorgaanbieders.
De zorgaanbieders blijven verantwoordelijk
Ook nieuw is dat nu de zorgaanbieders – ieder afzonderlijk en gezamenlijk – de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de gegevensuitwisseling. Daarmee is de zaak terug bij waar het hoort: bij de patiënt samen met zijn zorgverlener, huisarts en apotheker en op den duur ook andere zorgaanbieders.
De individuele zorgaanbieders hebben en behouden de zeggenschap over de gegevensverwerking in het brondossier. Dit komt voort uit de verantwoordelijkheid die de zorgaanbieders op grond van de WGBO hebben voor de dossiervorming.
Regie bij de gezamenlijke zorgaanbieders
Omdat de verschillende zorgaanbieders afzonderlijk moeilijk te adresseren zijn als verantwoordelijken voor de gegevensverwerking via de landelijke infrastructuur, is gekozen voor oprichting van de vereniging van zorgaanbieders als verantwoordelijke. Deze verantwoordelijke zorgt voor het realiseren van een rechtmatige gegevensverwerking. De vereniging zorgt er voor dat de patiënt goed geïnformeerd is over de gegevensverwerking en de verschillende manieren waarop de patiënt zijn of haar rechten kan uitoefenen. De vereniging wordt ook de opdrachtgever voor de beheerder van de infrastructuur, stelt de eisen vast, ziet toe op de privacy en waarborgt de inbreng van gebruikersverenigingen en patiëntenorganisaties.
Gebruikersverenigingen vooraan bij de ontwikkelingen
Bij huisartsen, apothekers, ziekenhuizen en huisartsenposten kennen we gebruikersverenigingen voor de informatiesystemen. Bij deze organisaties zit veel knowhow en zij dragen als het ware de relatie met de leveranciers. Zij krijgen dan ook een belangrijke rol in de verdere inhoudelijke ontwikkeling van de infrastructuur. Voor de HIS’en is het platform NEDHis, voor de huisartsenposten zullen we in 2012 ook een dergelijk platform voor gebruikersoverleg organiseren.
Verdere innovatie
De huidige doorstart heeft ook de steun van patiënten- en consumentenkoepel NPCF. Maar hiermee staat verdere innovatie niet stil. Samen met de koepels van zorgaanbieders gaat het Nictiz in een project aan de slag om te zien hoe in de toekomst patiënten meer inzicht in hun dossier kunnen krijgen en hoe dit ook elektronisch zou kunnen. Het digitale dossier van en voor de patiënt.
Doorstartmodel in hoofdlijnen
Hieronder het organisatieschema van de nieuwe situatie. Dit model moet worden uitgewerkt en een werkbare, slagvaardige werkorganisatie en betrouwbare governance-structuur.
Prestatieverbetering hoog op de agenda
Het is geen geheim dat in veel van de koploperregio’s de werkelijke prestaties van het LSP in technische zin erg tegen vielen. Voor sommigen indertijd zelfs reden er mee te stoppen. De VHN heeft van meet af verbetering van de performance als belangrijke randvoorwaarde voor het LSP. Dat komt dus voor 2012 hoog op de agenda als het aan ons ligt.
2012 het jaar van de waarheid?
Met de doorstart is dus de afbraak van wat is bereikt voorkomen. Maar 2012 wordt wel het jaar van de waarheid. Wordt de nieuwe infrastructuur wat we echt nodig hebben in de zorg en kunnen we het maatschappelijke draagvlak verwerven voor de gegevensuitwisseling voor betere zorg? Dat is de uitdaging voor 2012.
| Datum | Titel | |
|---|---|---|
| Huisartsen Zuidoost Drenthe kiezen voor Physician Assistant | ||
| Bibliotheek Acute Zorg | ||
| Teken op de huisartsenpost | ||
| Nieuwsbrief mei 2013 | ||
|
Inloggen |
Koninklijke onderscheiding voor oud-huisarts Gerard van de Moosdijk |


